Zo onderzoek je een zaak
Je hoeft geen sudoku-ervaring te hebben. Iedere aanwijzing sluit mogelijkheden uit, totdat voor elk personage nog maar één geldige plek overblijft.
1. Bekijk de locatie
Elk speelveld heeft rijen, kolommen, benoemde gebieden, terreinen, voorwerpen, muren en openingen. Hoekmarkeringen geven altijd een vak op een voorwerp aan waarop je een personage kunt plaatsen; vakken op voorwerpen zonder deze markeringen zijn geblokkeerd. Decoratieve details bevatten nooit verborgen spelregels.
2. Plaats één personage tegelijk
Selecteer eerst een personage en daarna een beschikbaar vak. Er kan hoogstens één personage in dezelfde rij of kolom staan. Rijen en kolommen mogen dus ook leeg blijven.
3. Lees relaties letterlijk
Naast betekent precies één vak naar het noorden, zuiden, oosten of westen. De grens van een kamer of gebied onderbreekt die relatie niet vanzelf. Alleen een expliciet blokkerende muur, heg of rivieroever houdt naastgelegen vakken uit elkaar; een deur, poort of andere opening doet dat niet. Als een aanwijzing een diagonale richting of een richting over meerdere vakken gebruikt, staat dat er uitdrukkelijk bij.
4. Houd mogelijkheden bij
De markeringen ‘mogelijk’ en ‘uitgesloten’ horen bij het geselecteerde personage. Het zijn jouw notities; WhereDoku behandelt ze niet als bewezen feiten.
5. Kies hoeveel hulp je wilt
De eerste hint wijst naar bruikbaar bewijs. De tweede legt de volgende afleiding uit. De derde onthult één gecontroleerde plaatsing en vertelt waarom die volgt.
6. Beantwoord de slotvraag
Als iedereen is geplaatst, beantwoord je de vraag van de zaak. Na afloop kun je de volledige redeneerketen stap voor stap reconstrueren.